n de winter van vorig jaar raakten Verckist en Pascal Deweze aan de praat over hun gedeelde liefde en immens respect voor de klassieke songwriters uit de jaren 60 en 70. Vaak werd een opname na een paar live-takes ingeblikt door muzikanten uitmuntende sessiemuzikanten die het nummer slechts een half uur eerder voor het eerst gehoord hadden.

Niet de productie, maar de songs – die zo sterk waren dat ze zichzelf bijna onmiddellijk in een juiste vorm leken te dwingen – stonden centraal. Figuren als Harry NilssonRandy Newman en Nick Lowe kunnen hierom op heel wat bewondering rekenen.

Het plan werd opgevat om eens een plaat te maken die deze gedachte zou omarmen. De song moest alle aandacht krijgen: geen noot te veel en alles ten dienste van de juiste vibe.

Deweze stelde een minimanifest op: ‘Om een goede plaat te maken moet je perfectionisme verliezen’; de nadruk moest liggen op de performance. Daarom werd er zo veel mogelijk live ingespeeld en mochten kleine oneffenheden blijven staan. Overdubswaren enkel toegestaan als ze van levensbelang waren.

Enkele maanden later slenterde Verckist met een heleboel nieuwe songs onder de arm studio Jezus binnen.

Er ontstonden 11 broze en ingetogen composities die net door hun eenvoud hun ware aard niet onmiddellijk prijsgeven maar eerder gedegusteerd moeten worden. Dit, bij voorkeur, na vallen van de avond om ze zo langzaam maar zeker onder je huid te laten kruipen en in je hart te sluiten.